We beginnen met een geschaafde plank van 2 à 3cm. dikte van een geschikte houtsoort, bij voorkeur linde. De plank wordt op de vereiste maat gezaagd
Nu wordt ze aan alle kanten gladgeschuurd.
Vervolgens frezen we in het midden een vlak uit van enkele mm diepte, zodat een verhoogde rand ontstaat.
Het is noodzakelijk dat we de plank zorgvuldig afwerken, want elke oneffenheid zou later in de schildering zichtbaar zijn.
Ook de hoekjes werken we mooi bij.
Vervolgens gaan we de plank met een mesje inkrassen om een goede hechting van het linnen te bekomen.
We brengen nu een stevige huidenlijm aan...
Na droging snijden we een stuk lijnwaad, een beetje groter dan de plank
We brengen de volgende lijmlaan aan, leggen het linnen op de plank, doordrenken het ruim met lijm en drukken het gelijkmatig aan.
Na een nachtje drogen, snijden we het linnen netjes af op ongeveer 1mm van de kant.
Nu maken we met krijtpoeder en lijm een papje aan, dat we "au bain marie" vloeibaar houden en brengen met een spalter in totaal een twaalftal lagen aan.
We werken ons vlak af met fijn, watervast schuurpapier, te beginnen bij de boord in cirkelvormige bewegingen.
Eens de plank mooi afgewerkt is, kunnen we aan onze tekening beginnen. We hebben hier een kopie van een icoon van de evangelist Lucas uit de 14de eeuw, die we willen naschilderen. Ons voorbeeld is echter te klein voor onze plank, dus zijn we genoodzaakt de tekening te vergroten. Dit doen we met de "ruitjesmethode". We tekenen rond ons voorbeeld een rechthoek en verdelen die in een aantal vierkantjes. Vervolgens tekenen we op een blad een rechthoek ter grootte van het te beschilderen van vlak van onze plank en verdelen deze in evenveel vierkantjes als de rechthoek van ons voorbeeld. We leggen een vel calquepapier op ons tekenblad en bevestigen dit met enkele strookjes kleefband. Nu zien we de ruitjes door onze calque en kunnen we ons voorbeeld op deze wijze, vergroot natekenen op de calque.
Wanneer de tekening klaar is, maken we ze los van het tekenblad en brengen we op de achterzijde ruim rode oker pigment aan, dat we met een watje zorgvuldig uitwrijven. De tekening wordt nu op de plank vastgehecht om verschuiven te voorkomen, en nauwkeurig overtrokken met een hard potlood
We verwijderen de calque en zien de tekening op de plank.
Nu gaan we zowel de buiten- als de binnenbegrenzing van de aureool met een scherpe stift inkrassen. Tussen de wee ingekraste lijnen, die stedds terug te vinden zijn, zal ons bladgoud opgelegd worden.
Vooreerst gaan we nu met rode oker en een fijn penseel de tekening fixeren opdat ze bij het overschilderen niet direct verloren zou gaan.
Als voorbereiding van de aureool, waar het bladgoud zal opgelegd worden, maken we met een lijmoplossing en rode bolus een papje, dat we zorgvuldig met een peneel tussen de ingekraste lijnen aanbrengen.
Na droging, schuren we dit vlak effen met het fijnste watervast schuurpapier, dt van tevoren afgetopt werd.
We brengen nog een tweede en derde laag bolus aan en polijsten telkens ook even, zodat we een mooi effen vlak verkrijgen.
We schudden uit een goudboekje een blaadje op ons verguldkussen
en snijden er een naar schatting passend stukje af
dat we opnemen met een paletje van eekhoornhaar.
We bestrijken een gedeelte van de aureool met een verdunde lijmoplossing
Dan leggen we het stukje bladgoud bij middel van het paletje op het nog vochtige oppervlak.
Zo vullen we werder de gehele aureool, er wel op lettend dat de stukjes bladgoud elkaar een weinig overlappen.
Na een half uurtje drogen, kunnen we het gedeelte buiten onze aureool met een zacht penseel of een watje wegborstelen.
Kleine foutjes verbeteren we dan met het lijmen van overschotjes bladgoud.
Blijft er nog wat buiten de aureool vastkleven, dan kunnen we dat zorgvuldig verwijderen met een bisturi mesje.
Om de aureool nu af te werken, trekken we de buitencirkel met temperaverf in cadmiumrood, met behulp van passer en trekpen.
Details worden met een fijn penseel bijgewerkt
Nu begint het eigenlijke schilderen of, zoals men zegt, het "schrijven" van de icoon, steeds met een kort gebed.
We werken met "tempera" verf, een mengsel van pigmentpoeder, eigeel en water. Voor het kleed van de Heilige Lucas maken we om te beginnen een donkere kleur aan en werken van boven naar onder volgens de "plasjes" methode. We nemen een goed gevuld penseel, houden onze plank een weinig schuin en, door met de punt van het penseel steeds in de plasjes te werken, laten we de verf geleidelijk aan naar beneden vloeien.
Vervolgens schilderen we de mantel volgens dezelfde methode
Ondertussen gaan we de "lijnen" van de tekening, die in de vlakken zitten, met een nog donkerdere kleur ophalen, zodat ze zichtbaar blijven.
Er worden verscheidenen lagen verf opgelegd, tot we een voldoende donkere kleur bekomen
Kleinere vlakken worden op dezelfde wijze ingekleurd, ook de kleur van het gelaat en de handen, "sankir" genoemd, wordt op deze wijze aangebracht. We werken snel door en gaan nooit terug met het penseel, wat vlekken zou veroorzaken.
Als de onderlagen voldoende donker aangebracht zijn, kunnen we beginnen aan de oplichting. Bij onze basiskleur voegen we wat wit pigment en we lichten op in ruime vlakken.
Voor de volgende oplichting bestrijken we een kleiner oppervlak met meer toevoeging van wit. Een derde oplichting van een nog kleiner oppervlak, met toevoeging van wit, heeft dan als resultaat dat we langzaam diepte in het vlak zien verschijnen.
Tenslotte worden dan nog enkele accenten met bijna zuiver wind opgelegd.
Ziehier dan het resultaat
Op dezelfde wijze gaan we nu te werk voor het oplichten van de mantel.
Nu leggen we lijntjes lijm aan op het boek en de rode band, en brengen de goudarcering op.
De details op het boek worden aangebracht.
Het hoofdhaar wordt even bijgewerkt.
Dan beginnen we aan de oplichting van het sankir. We brengen licht aan op de juiste plaatsen, met een samenstelling van gele oker en wit, eerst op een groot oppervlak, daarna op een geleidelijk kleiner vlak, met meer toevoeging van wit. Op deze wijze kunnen we op bepaalde plaatsen de nodige welvingen verkrijgen.
Oplichting van het sankir
Detail
Hier dan het resultaat
De achtergrond brengen we nu op de gekende "plasjes" manier met een vol penseel aan. We leggen weer meerdere lagen, tot de vereiste tint bereikt is.
Nadat we op dezelfde wijze de boord met een harmoniërende kleur behandeld hebben, kan er ter afwerking bijvoorbeeld nog een rood randje aangebracht worden.
De naam van de heilige mag natuurlijk niet ontbreken.
Dan is onze icoon klaar. Na een droogtijd van 4 à 6 maanden kunnen we ze volgens de traditionele methode met een olievernis behandelen.
Als de icoon tenslotte door een priester gewijd is, is ze in de kerkelijke zin echt icoon.